Op woensdag 21 oktober werd ter nagedachtenis van Edouard Servranckx in de Processiestraat in Wilsele een nieuwe struikelsteen ingehuldigd. Servranckx werd tijdens de Tweede Wereldoorlog door de Duitse bezetter opgeroepen voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Hij sloeg op de vlucht, maar werd alsnog opgepakt en in 1944 gedeporteerd.
De nieuwe struikelsteen in Wilsele herdenkt het oorlogsverhaal van Edouard Servranckx. Hij ligt symbolisch voor het huis waar Edouard na de Tweede Wereldoorlog met zijn familie woonde. De struikelstenen van de Duitse kunstenaar Gunter Demnig houden wereldwijd de herinnering aan slachtoffers van het nazisme levend.
Onder dwang werken voor de Duitse oorlogsindustrie
Edouard Servranckx (°18 juni 1923, Leuven) groeit op aan de Kapucijnenvoer. Hij werkt vanaf 1942 als technieker aan het Instituut voor Mechanische Bewerkingen van de KU Leuven, onder leiding van professor Oscar Peters. Tijdens WO II ontvangt hij een brief voor verplichte tewerkstelling in Duitsland. Hij geeft hier geen gevolg aan en vermijdt vanaf dan zijn huis. Toch pakt de Duitse bezetter hem op 11 juli 1944 op en deporteert hem via Leuven, Brussel en Etterbeek naar Venusberg bij Dresden. Daar moet hij onder dwang werken voor de oorlogsindustrie.
Wanneer de oorlog op zijn einde loopt, begint voor Edouard een uitputtende tocht naar huis. Na de bevrijding in april 1945 bereikt hij te voet de rivier de Elbe. Daar krijgt hij hulp van het Rode Kruis. Twintig dagen later komt hij aan in Leuven, waar hij maanden nodig heeft om te herstellen. Daarna bouwt hij stap voor zijn stap een nieuw leven op. In 1948 trouwt hij met Maria Julia Mertens, met wie hij zes kinderen kreeg. Edouard werkt achtereenvolgens bij de NMBS, het vervoersbedrijf STACA en brouwerij Artois. Hij overlijdt op 8 april 2013.
Volgens zijn dochter Maria Servranckx vertelde Edouard niet makkelijk over de oorlogsperiode. Vanaf de komst van de kleinkinderen en documentaires op televisie liet hij af en toe iets los. Hij moet er in barre omstandigheden geleefd hebben. Hij leed honger en kou en werd dagelijks geconfronteerd met geweld, ziekte en dood. Tot op het einde van zijn leven kampte hij met lichamelijke letsels.
